Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website toont video's van YouTube. Deze partij plaatst cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt, dan kunt u dat hier aangeven. U kunt dan geen video's op deze website zien. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren. Deze gegevens worden niet aan derden verstrekt. Lees meer over het cookiebeleid

Deze website maakt gebruik van cookies om video's te tonen en het gebruikersgemak te verbeteren. Als u deze cookies niet wilt, dan kunt u dat hier aangeven. Lees meer over het cookiebeleid

Ga direct naar de inhoud, het hoofdmenu, het servicemenu of het zoekveld.

Geef immuunsysteem voorrang

22okt 2018

Terug naar het overzicht

Blank, Medische Oncologie, Huid- en Melanoom centrum Antoni van Leeuwenhoek (AVL).

Artsen kunnen immuuntherapie mogelijk nog effectiever gaan inzetten bij kanker. Steeds meer stemmen gaan op om deze nieuwe behandeling al te geven voordat de chirurg een tumor verwijdert in plaats van daarna. Dat zou enorme voordelen kunnen hebben, zoals een betere immuunreactie tegen de tumor. Christian Blank van het Antoni van Leeuwenhoek presenteert vandaag op het ESMO-congres de resultaten van een nieuwe studie onder melanoompatiënten.                                                                    

Met immuuntherapie hebben oncologen sinds enige tijd een mooi nieuw wapen in handen. Ze sturen daarmee het immuunsysteem van de patiënt actief achter de tumorcellen aan. Bij sommige patiënten werkt dit bijzonder goed, bij een grotere groep helaas nog niet. Voorspellen wie op welke immuuntherapie zal reageren, is dan ook een puzzel waar veel mensen aan werken.

Oncoloog en onderzoeker Christian Blank van het Antoni van Leeuwenhoek richt zijn pijlen op een nieuwe aanpak: immuuntherapie voorafgaand aan de operatie in plaats van erna, zoals nu het geval is. Zo'n neo-adjuvante behandeling zou veel voordelen kunnen hebben. "Je kunt goed zien of een patiënt reageert op een bepaald middel of niet, doordat je in de daarna verwijderde tumor kunt zien of de kankercellen dood zijn gegaan", zegt Blank. "De verwachting is bovendien dat de immuunreactie breder en daardoor beter zal zijn. Als de tumor nog in het lichaam aanwezig is, kan het immuunsysteem de hele tumor met al zijn variaties leren herkennen en daardoor een uitgebreider immunologisch geheugen opbouwen. Ook is de tumor na immuuntherapie kleiner en mogelijk makkelijker te opereren."

Op 8 oktober publiceerden de teams van Christian Blank en Ton Schumacher in Nature Medicine al de OpACIN-studie (fase 1) onder 20 melanoompatiënten met voelbare uitzaaiingen in de lokale klieren. Patiënten in dit stadium van de ziekte hebben een slecht vooruitzicht: meer dan de helft van hen overlijdt binnen 5 jaar na volledig verwijderen van de uitzaaiingen, omdat ze vaak al kleine, onzichtbare uitzaaiingen elders in het lichaam hebben. De OpACIN-studie laat zien dat immuuntherapie met de middelen ipilimumab en nivolumab voorafgaand aan de operatie haalbaar is.

Een van de redenen waarom patiënten immuuntherapie tot nu toe alleen ná de operatie kregen is namelijk de angst dat zij door bijwerkingen of verergering van de ziekte niet (op tijd) geopereerd kunnen worden. Alle patiënten in de OpACIN-studie konden de geplande operatie gewoon ondergaan. Twee jaar later was bovendien bij geen van de patiënten die op de immuuntherapie reageerden de ziekte teruggekomen. De bijwerkingen waren wel zodanig dat slechts 2 patiënten de immuuntherapie konden afmaken.

De onderzoekers van het Antoni van Leeuwenhoek hebben daarom met collega's in Sydney en Stockholm een vervolgstudie gedaan naar de veiligheid en effectiviteit van drie andere behandelschema's met ipilimumab en nivolumab. Vandaag presenteert Christian Blank op het Europese ESMO-congres in München de resultaten van deze vervolgstudie: de OpACIN-neo-studie (fase 2) bij 86 melanoompatiënten met voelbare uitzaaiingen in de lokale klieren.

Het behandelschema dat het beste uit de bus kwam, heeft duidelijk minder bijwerkingen dan het schema uit de eerste OpACIN-studie. Bij 23 van de 30 patiënten (77%) in deze behandelgroep werd de tumor kleiner, en bij 17 van hen (57%) gingen zelfs alle kankercellen in de tumor dood. Na gemiddeld 8 maanden was bij geen van de patiënten die op één van de drie behandelschema's reageerden de ziekte teruggekomen (0 van 65). Bij 9 van de 21 patiënten die niet reageerden kwam de ziekte wél terug. Blank: "Met deze studie bevestigen wij dat neo-adjuvante therapie bij veel mensen goed werkt, en we hebben nu bovendien een schema met acceptabele bijwerkingen."

Recentelijk is weer een vervolgstudie gestart, de PRADO-studie (fase 2). Die onderzoekt nog eens de effectiviteit van het beste behandelschema uit de OpACIN-neo-studie, maar nu bij 100 melanoompatiënten met voelbare uitzaaiingen in de lokale klieren.

"Het elegante van de neo-adjuvante behandeling is dat tot op heden bij geen van de patiënten die goed reageren de ziekte is teruggekomen", zegt Blank. "Dus in de toekomst kun je patiënten wellicht al na 6 weken duidelijkheid geven over hun vooruitzichten. In onze studies lijkt het er bovendien op dat we aan de hand van een aantal tumorkenmerken kunnen voorspellen of een patiënt zal reageren op deze medicijncombinatie. Dit moeten wij nog wel bij een grotere groep onderzoeken."

Samen met twee andere grote melanoomcentra in Australië en de VS heeft Blank een internationaal consortium opgezet, dat neo-adjuvante behandelingen en onderzoek daarnaar wil stroomlijnen. "Als alle toekomstige studies dezelfde opzet hebben, kun je - ondanks wellicht kleine patiëntaantallen - vrij snel tumorkenmerken vinden die voorspellen op welke combinatie-behandeling een patiënt zal reageren. Dan komt immuuntherapie op maat binnen handbereik."

Over Immuuntherapie

Immuuntherapie is momenteel voor patiënten met een aantal kankersoorten al standaard en voor veel andere lopen er klinische onderzoeken, veelal in een laat stadium van de ziekte. Een van de bekendste vormen van immuuntherapie zijn de checkpointremmers (zie video), waaronder ook de medicatie uit de OpACIN-studies. Checkpointremmers voorkomen dat de kankercellen immuuncellen kunnen deactiveren, waardoor die gewoon hun werk kunnen doen en de kanker kunnen opruimen. In het Antoni van Leeuwenhoek hebben artsen inmiddels ook studies opgezet naar neo-adjuvante immuuntherapie voor patiënten met darm-, borst-, maag-, blaas-, long, niercel-, en hoofd-halskanker.

PRADO-studie

Behandeling:     Immuuntherapie voorafgaand aan de operatie (neo-adjuvant)

Voor wie:            Melanoompatiënten met voelbare uitzaaiingen in de lokale klieren (stadium III)

Wanneer:           Deze fase-2-studie is in oktober 2018 gestart

Deel dit onderwerp
 
 
contact
020 512 9111
We helpen u graag verder